Dag 24: Van Portoscuso naar Tempio di Antas

Waar de geschiedenis van de Nuraghen, de Romeinen en de Phoeniciërs door elkaar gaat lopen

Op de vierentwintigste dag van de camperreis Sardinië rijd ik eerst naar het Parco Archeologico di Monte Sirai. Gesloten. Dan rijd ik een mooi traject langs de kust naar Nebida waar ik een niet zo lange wandeling langs de zee maak. Tenslotte rijd ik door naar Tempio di Antas. Maar het is te warm om die in de middag te bezoeken. Morgenochtend dan maar.

Vooraf

Ik heb van diverse mensen het bericht gekregen dat zijn geen bericht kunnen uploaden. Ik heb alles gecontroleerd maar kan de oorzaak van het probleem niet vinden. Als ik thuis ben dan zal ik er opnieuw naar kijken maar daar heb je nu natuurlijk niets aan. Sorry!

Parco Archeologico di Monte Sirai

Ik ben rond 7.00 uur wakker maar ik heb nog veel tijd. Ik kan pas rond 9.00 uur op de Archeologische site van Monte Sirai terecht. Maar goed er staat nog een grote afwas.

Rond 8.45 uur ga ik er heen maar als ik er aankom blijkt het terrein nog hermetisch afgesloten te zijn. Geen houten hekje of een krakkemikkig ijzeren hekje dat met een ijzerdraadje vastgezet is zoals je hier zo vaak ziet maar degelijke zware sloten die het terrein hermetisch afsluiten. Ik kan ook niet even over het hek heen klimmen.

Ik wacht nog een kwartier en bel dan het nummer dat op een flodderig papiertje bij de ingang vermeld staat. Giuseppe die opneemt spreekt geen Engels en mijn Italiaans is in het face to face contact al magertjes, een telefoongesprek wordt helemaal een ramp zoals blijkt. De site blijft gesloten en er zit dus niets anders op om onverrichter zaken te vertrekken. Jammer. Ik had me veel voorgesteld van deze Phoenicische site. Bovendien is het ronduit schandalig dat een dergelijk belangrijke archeologische site geen eigen informatieve website heeft.

Nebida en Pan di Zuckero

Ik rijd verder naar het noorden en doe eerst nog even de nodige boodschappen in de inmiddels mij bekende MD-supermarkt. Dan rijd ik verder door en de weg leidt naar de kust toe in de buurt van Nebida. Die kust is betoverend mooi. Blauwe lucht, nog blauwere zee en gele rotsen die uit de zee opsteken. In Nebida, dat overigens niet zo een heel mooi dorpje is maar waarschijnlijk in de zomer overstroomd zal worden met toeristen, begin ik een korte wandeling over een goed te belopen pad langs de kust.

Nebida

De losstaande rots, de Pan di Zuckero, domineert de hele weg. Het pad dat ik volg werd vroeger door de arbeiders van de ertswasserij gebruikt om op het werk te komen. De ruïnes van die gebouwen staan nog overeind en Nebida heeft besloten om die mijn- en fabrieksgebouwen in ere te herstellen. Dat wil zeggen ze worden niet helemaal hersteld zoals ze oorspronkelijk waren maar de restauratie zal niet verder gaan dan het herstel van de ruïnes. Lijkt me een verstandig besluit.

Na ongeveer 1,5 uur ben ik terug en drink nog op het belvedère een espresso en praat wat met de eigenaar en zijn vrouw die zeer binnenkort een eerste kind zal krijgen. Ze zien erg tegen de zomer op omdat ze tot op heden beiden het café/restaurant geleid hebben en het niet zo makkelijk zal zijn om voor de kersverse moeder een goede vervanger te vinden. Ze bevestigen dat in de maand augustus het hier heel erg druk zal zijn en dat dan meer dan 50 % van de jaarinkomsten gescoord moet worden.

Tempio di Antas

Als ik weer verder naar het noorden rijd kom ik in een prachtig heuvelgebied terecht met veel bossen. Hier bevindt zich de Tempio di Antas. Ook dit lijkt me een belangrijke site maar er zit wel een flinke wandeling aan vast en dat gaat hem in deze hitte vanmiddag (het is inmiddels al weer 15.00 uur geworden) niet worden.

Tempio di Antas

Dus langs de doodstille toegangsweg een mooie overnachtingsplek gevonden in de schaduw van een boom. Kan ik morgen als een van de eersten naar binnen. De middag gevuld met het schrijven van deze vroege blog en met lezen.

Wat ik lees (las)

Na het boek Grand Hotel Europa beëindigd te hebben ben ik enkele dagen geleden begonnen met ‘De hoeve en het hart’ van de meervoudig genomineerde Enny de Bruyn. Het gaat over een boerenfamilie in de Gouden Eeuw in de Tielerwaard. Goed geschreven en het geeft heel veel inzicht in het leven van boeren in die tijd en die regio. Daar was tot op heden niet veel over bekend omdat de beschrijvingen tot dan toe voornamelijk betrekking hadden op burgers, de bewoners van de steden.

Alhoewel het goed geschreven is en de auteur mij nieuwe inzichten bezorgt, kan ik het boek niet zo intensief lezen als dat ik het thuis gelezen zou hebben. De beschrijving van een Nederlandse boerenfamilie uit de Gouden Eeuw steekt wel heel schril af van wat ik hier op Sardinië meemaak. Daarom leg ik het maar terzijde voor een later moment en zal een nieuw boek van de e-reader kiezen.

De rest van de middag en avond breng ik al buiten zittend door onder de voortdurende begeleiding van een heel leger cicaden en een voortdurend ruzie makend paar eksters. Of is die ‘ruzie’ een inleiding op iets moois dat aan het ontstaan is?

Daarna wordt het zoals gebruikelijk weer doodstil en zit ik nog ruim een uur te kijken naar de kleureffecten van de ondergaande zon.

Delen met je netwerk?
(Visited 129 times, 1 visits today)