Dag 25: Van Tempio di Antas naar Magazzini

Van de oudheid naar de 20e eeuw

Vandaag is een dag met uitersten. Ik begin de vijfentwintigste dag van de camperreis Sardinië met een bezoek aan de Phoenicische Tempio di Antas, daarna rijd ik door een mooi groen berglandschap om vervolgens een compleet verlaten mijngebied vol met ruïnes te doorkruisen om tenslotte te eindigen bij het mooie strand en de zee bij Magazzini.

In het kielzog van een cameraploeg

Ik ben niet zo vroeg opgestaan omdat ik pas om 9.30 uur terecht kan op de site van Tempio di Antas. Ik ben er samen met een kleine cameraploeg die beelden voor een documentaire aan het opnemen zijn. We zijn de eersten die de site vandaag bezoeken.

Tempio di Antas

Zo’n cameraploeg heeft zijn voordelen. Want normaliter mag je slechts om de tempel heenlopen. Maar deze ploeg heeft toestemming om ook in de tempel te filmen. Ik word uitgenodigd om in hun kielzog mee te lopen.

Wel een komisch gezicht zo een cameraploeg. Ze lopen als een stel eenden met gebogen knieën om een mooie lange shot te scoren.

Tempio di Antas

De Tempio di Antas is een weerslag van het einde van het Nuraghen tijdperk en de opkomst van het Romeins-Phoenicische tijdperk. De tempel lijkt geheel in Romeins klassieke stijl opgetrokken te zijn: een voorhal met zuilen met Ionische kapitelen, daarachter de grote binnenruimte, de cella, en tenslotte het allerheiligste achterin. Maar schijn bedriegt.

Er zijn tal van Phoenicische details te zien (Phoeniciërs waren de aardsvijanden van de Romeinen) waardoor het hier niet meer gaat om een klassieke Romeinse tempel. Zo is bijvoorbeeld de oriëntatie op het oosten hier niet gevolgd, er zijn meerdere ingangen in de tempel en de pijlers in de cella doen ook niet klassiek Romeins aan. Bovendien is in de architectuur rekening gehouden met het aanbrengen van waterbekkens om rituele reiniging, die voor de Phoeniciërs zo belangrijk was, mogelijk te maken.

Tempio di Antas

Vlak naast de tempel zijn nog graven te vinden van de Nuraghen die vlakbij een dorp hadden waarvan de restanten nog te zien zijn. Vóór de tempel zijn vroeger nog restanten van Phoenicische bouwwerken te vinden die door de Romeinen totaal gesloopt zijn en waarvan de restanten overdekt zijn door het huidige bordes en de trap van de tempel.

De Nuraghe cultuur verkeerde in zijn laatste bestaansfase. Het betrof echter geen ‘koude’  breuk met het verleden. Rond de tempel en in de tempel zijn nog inscripties te vinden die duidelijk maken dat er waarschijnlijk ook ruimte was voor het aanbidden van een Nuraghische godheid.

Het hele complex is dus een mooi voorbeeld van hoe de ene cultuur aan het verdwijnen was en de andere cultuur aan het opkomen was zonder dat dat met veel bloedvergieten gepaard ging.

Tempio di Antas

Na het bezoek aan de tempel volg ik nog gedeeltelijk een Romeinse weg. Het is inmiddels 11.30 uur en er is geen sprake van echt wandelweer. Te heet. Ik ga onder een schaduwrijke boom zitten met in de buurt een stel schapen die steeds dichterbij durven te komen.

Wat weet ik eigenlijk? Niets!

Ik probeer me een voorstelling te maken hoe deze culturen-ontmoeting destijds verlopen is. Het roept alleen maar vragen op en geen antwoorden. Wisten de Nuraghen dat ze het einde van hun cultuur aan het naderen waren? Wat wisten ze van de Phoeniciërs. Wisten ze dat het vijanden van de Romeinen waren? Hoe hebben ze elkaar ontmoet? Wisten ze het van te voren? Of stonden ze op een avond voor de deur? Hoe verliep die ontmoeting? Gereserveerd? Hoopvol? Angstig? En hoe zijn al die verschillende elementen uiteindelijk in de tempel verenigd? Onderhandelen? Of gewoon doen? Hoe meer je weet hoe meer je beseft wat je niet weet.

Tempio di Antas

Na nog een genoeglijk en gezamenlijk rondje espresso gaan we ieder ons weegs. Ik volg mijn route, de cameraploeg gaat naar een volgende locatie waar meer beelden opgenomen zullen worden. Ik rijd verder naar het noorden en kom eerst door een gebied dat bergachtig is en van bossen voorzien. Prachtig, maar wel een 20 km lange zeer steile en bochtige weg.

Waar bossen en bergen zijn, zijn er ook meestal  bronnen. En dat klopt nu ook weer. Ik kan langs de kant van de weg mijn watertank weer bijvullen en alle flessen met vers water vullen.

Een mijngebied

Ik rijd verder door dit berggebied. En plotseling stuit ik op een aantal dorpen (o.a. Ingurtosu) waar ooit mijnen waren. Ik vermoedde eerst dat het dagbouw was van koper en tin maar later bleek dat er ook diep onder de grond mineralen gewonnen werden. Het gebied maakt een beetje macabere indruk. De mijnen (of eigenlijk hoofdzakelijk de wasstraten) zijn pas begin jaren ’70 van de vorige eeuw gesloten en wat is het snel in verval geraakt.

Miniera di Ingurtosu

Onderweg kom ik ook een Unesco museum tegen maar het is dan rond 14.00 uur en is dus gesloten. Ik besluit door te reizen naar de zee en daar een wandeling te maken door de ‘wandelende’ duinen en wellicht daarna het museum te bezoeken.

De wandelende duinen

Het is een prachtig duingebied met de hoogste zandduinen van Europa.

Magazzini

Maar aangekomen bij de zee voel ik de lust in mij wegzakken om een wandeling te maken. Te moe, te warm. Het is veel aantrekkelijker om aan dit stille strand met slechts enkele Italianen, een strandstoel met parasol te huren en te genieten van de koele zeelucht en het frisse sterk stromende water. Daar knapt een mens van op.

Magazzini

De  plannen worden dus bijgesteld: morgen heel vroeg als het nog koel is die wandeling door de wandelende duinen maken en daarna dat mijnmuseum bezoeken om vervolgens de route te vervolgen. Het schiet niet erg op zo. Slechts 30 tot 50 km per dag. Maar ja, ik heb de  tijd.

Delen met je netwerk?
(Visited 199 times, 1 visits today)