Camperreis Spanje dag 69; van Cabo Vitan naar Malpica

De Dolmen de Dombate, Castro A Cida en Malpica

Vandaag, op de 69e dag van de Camperreis Spanje wil ik wat meer het achterland bekijken van Costa da Morte. Het wordt niet zo heel erg mooi weer maar het blijft wel droog. Ik bezoek de Dolmen de Dombate en de verderop gelegen Keltische nederzetting Castro A Cida. Vervolgens rijd ik via het vissersdorp Corme naar het eindstation voor vandaag: het levendige vissersstadje Malpica.

Costa da Morte

Ondanks de wind van vannacht en het monotone geluid van nabijgelegen windmolens heb ik toch goed geslapen. Ik sta rond 7.30 uur op en ben een uur later op pad. Ik wil vandaag wat meer zien van het achterland van de Costa da Morte. In de gidsen heb ik gelezen dat dit gebied veel restanten te bieden heeft uit de steentijd.

Dolmen de Dombate

Ik rijd eerst naar Ponteceso waar in de buurt de Dolmen de Dombate te vinden is. Het is een Keltisch hunnebed van ongeveer 3.500 jaar voor Christus. Het zijn eigenlijk twee dolmen, een grote en een kleine waarvan de laatste ruim 500 jaar jonger is. De dolmen bestaat uit een grafkamer en een gang die naar die kamer leidt en ongeveer 5 meter lang is en een ingang bestaande uit een afsluitende steen. Door de leeftijd van de dolmen is het een van de eerste voorbeelden van monumentale architectuur.

Dolmen de Dombate

De dolmen had uiteraard de functie van een grafmonument maar diende ook om de sociale cohesie van de stam te versterken. Bovendien was de dolmen voor andere stammen een teken dat dit gebied al in eigendom van anderen was.

Eind van de jaren ’80 is de dolmen opgegraven en momenteel staat de dolmen in een overdekte hal op de plek waar hij gevonden is maar de grond er om en over heen is afgegraven. Het is dus niet langer een grafheuvel.

In de nabijheid van de Dolmen de Dombate zijn nog restanten van een nederzetting gevonden en veel gebruiksvoorwerpen van steen. De gebruiksvoorwerpen van hout zijn uiteraard door de tand des tijds vergaan. De dienstdoende archeoloog legde mij uit dat er nog veel meer gevonden had kunnen worden als de boer, en hij wijst met verwijtende blik naar een boerderij ongeveer 50 meter verderop, door het vele ploegen niet veel voorwerpen vermalen had met zijn ploeg. In de diepere lagen is evenwel nog veel teruggevonden.

Op moeilijk leesbare borden wordt uitleg gegeven. O.a. hoe deze loodzware keien en platte stenen op hun plaats zijn gebracht. Dat ging met touwen, of materiaal dat daar voor door moest gaan, en primitieve houten stellages waarmee stenen overeind getrokken konden worden of platte stenen verschoven konden worden.

Op mijn vraag aan de archeoloog of er verwacht kan worden dat er in de toekomst nog meer opgravingen gedaan zullen worden komt geen duidelijk antwoord omdat de man slechts matig Engels spreekt. We proberen het via Google Translate. Ik sta op het punt om te vragen of men het niet als een beperking ziet dat men de Engelstalige literatuur niet kan raadplegen. Maar ik slik de vraag in omdat die wellicht beledigend over kan komen. Maar ik was wel nieuwsgierig naar het antwoord. Het is immers toch niet meer van deze tijd dat men in de wetenschappelijke wereld, waar het Engels voertaal is, die taal als afgestudeerde onvoldoende beheerst.

Eerder schreef ik al dat in het onderwijs tot voor kort aandacht werd besteed aan het lezen en schrijven van het Engels maar dat het spreken niet aan bod kwam. Eergisteren sprak ik een Spanjaard in het Engels die het steeds maar over ‘vuildings’ had. Ik kwam er later achter dat hij ‘buildings’ bedoelde maar in het Spaans wordt de b als een v uitgesproken.

Castro a Cida de Boneiro

 

Castro a Cida de Boneiro

Ik rijd een kilometer verder naar ‘Castro a Cida de Boneiro’. Het is een Keltische nederzetting die waarschijnlijk 600 jaar voor Christus is gesticht. Rond 1930 is deze nederzetting ontdekt en opgegraven. Het is verbluffend om te zien dat de ronde fundamenten van de hele nederzetting nog bewaard zijn gebleven. Het is logisch dat er niet meer bewaard is gebleven omdat op deze ca. 1 meter hoge fundamenten een rond schuin dak stond dat van hout en bladeren gemaakt was en dat natuurlijk vergaan is. Één van de gebouwen deed zelfs dienst als een soort sauna.

 

Corme

Ik loop weer terug naar de bus om door te rijden naar het vissersplaatsje Corme. Zoals alle vissersplaatsen die ik tot op heden in Spanje heb gezien, is ook dit vissersdorp geen schoonheid en de bedrijvigheid laat te wensen over. Net als bij andere vissersplaatsen die ik gezien heb is de plaatselijke, niet al te talentvolle, kunstenaar uitgenodigd om de muren of de deuren van de visloodsen te beschilderen of van graffiti te voorzien. Ze zijn vaak zwaar symbolisch.

Ik rijd iets door ten noorden van het dorp naar de vuurtoren van Cabo Roncudo. Het waait er erg hard en heel sinister staan er een aantal kruisen op de rotsen langs de oceaan ter herinnering aan de veelvuldige drenkelingen die hier om het leven zijn gekomen bij diverse scheepsrampen.

Volgens mij dient een volgend slachtoffer zich aan als ik een jongen uit een auto zie springen in duikerspak en met snorkel in de mond. Hij rent de rotsen af en werpt zich in het water. Met een noodgang zwemt hij de oceaan in en even later zie ik hem snorkelen in het volgens mij ijskoude water. Je moet er maar lol in hebben.

Pedra de Serpe

Pedra da Serpe

Ik rijd het dorp uit en rijd dan een weg in die verwijst naar een historische site: de Pedra da Serpe. Het is een kruis dat staat op een granieten rots langs de weg. Op die granieten rots is het reliëf van een slang afgebeeld. Het is nog een raadsel welke betekenis er aan gehecht moet worden. Het beeld wordt nog volop bestudeerd. Eén van de theorieën is dat het kruis later op deze waarschijnlijk prehistorische rots is vastgezet. Die theorie zou aansluiten bij de legende van San Adrian, de beschermheilige van deze parochie, die het land bevrijdde van een plaag van slangen door hard op de grond te slaan en ze te laten verdwijnen.

Malpica

Tenslotte reis ik door naar Malpica, een zo mogelijk nog lelijker stadje dan de andere, maar wel met een grote levendigheid en een heel eigen sfeer. Regelmatig varen er vissersboten binnen die hun lading lossen bij de visloods. De vangst is vaak schamel: 15 kratten op zijn hoogst. Het valt me op dat er ontzettend veel zwarte mensen werken op deze vissersboten.

Iedere keer als er een boot aanmeert duikt er een zwerm zeemeeuwen op af die absoluut geen angst voor de mensen hebben. Je kunt ze tot op een meter benaderen.

Ik loop nog wat door het stadje heen maar het is een vergeefse zoektocht naar schoonheid. Ik parkeer dan de bus aan de zuidkant van de haven met uitzicht op de haven en het stadje en besluit om hier vannacht te blijven. Als ik wil gaan koken en de eerste geuren vrij komen en ik het dakluik openzet voor verse lucht, duikt er een hele zwerm meeuwen op mijn dak om hun deel van de maaltijd op te eisen. Ik doe het dakluik maar snel dicht maar vrees toch dat het dak behoorlijk volgescheten zal zijn. Dus die Duitser die ik in Finisterre tegenkwam moet hier maar niet langsgaan.

Haven van Malpica bij avond

In het begin van de avond wordt het toch nog helder en een beetje zonnig dus ik besluit nog een rondje rond de haven te kuieren. Altijd boeiend. Daarna zit ik nog een tijdje op het trapje van de bus gewoon maar de haven in te kijken.

(Visited 78 times, 1 visits today)
Share: