Camperreis Griekenland dag 34; van Predejane naar Vodinci

Door de Balkan; Servië en Bosnië

De 24e dag van de Camperreis Griekenland breng ik vrijwel geheel door op de snelweg. Ik reis door Servië en Bosnië Herzegovina.

Ik ben al vroeg op na een goede nachtrust. Zo goed dat ik niet heb gehoord dat het hard geregend heeft. Dakluik vannacht open laten staan dus natte bank. Zal vanzelf wel weer droog worden.

De reis gaat eerst door Servië over de onveranderd uitstekende snelwegen. Alleen het landschap biedt weinig afwisseling en is dus wat saai. Wat wel opvalt is dat de landbouwgebieden alle kleinschalig zijn. Het woord ruilverkaveling zal hier niet zo vaak gebezigd worden. Maar dat heeft als voordeel dat het landschap minder eentonig wordt. Lapjes driehoeken, vierhoeken en vijfhoeken met zeer verschillende gewassen. Dat maakt een levendige indruk.

Tot op heden was ik verbaasd over de weinig drukke snelwegen waarvoor wel tol betaald moet worden. Maar rond Beograd verandert de situatie drastisch. De weg die daar tolvrij is barst van de auto’s die er graag op losracen. Er is een zekere hiërarchie te constateren. De nouveau riche van Beograd voorzover die beschikt over een BMW, Audi of Mercedes, meent voor zich rechten te kunnen toeeigenen die voor anderen niet gelden. Ze slingeren van de ene rijbaan naar de andere met tal van gevaarlijke manoeuvres. Maar, en zo ‘riche’ blijken ze dan toch niet te zijn, als het tolkantoor in zicht komt nemen ze allemaal de afslag met als gevolg een gevaarlijke file die veel langer is dan de afrit. En ook hier menen ze de file voorbij te kunnen rijden en aan het begin zich er tussen te wringen.

Beograd. Daar word je niet vrolijk van als je er via de snelweg langsrijdt. Nog (opgeknapte) restanten van de woonkazernes en weinig creatieve en meestal foeilelijke architectuur. Hier en daar nog protserige gebouwen waarvan de goedkoopheid afstraalt die indruk moeten wekken door hun omvang en hoogte. Dat lukt niet. Het is een deerniswekkend resultaat en een illustratie van wat een corrupt, op macht gericht, incompetent bestuur voor ogen heeft. Maar aan alles merk je dat er veranderingen op gang aan het komen zijn.

Nu lijkt het of ik veel kritiek heb. Maar die paar Serviërs en Bosniërs die ik gesproken heb waren allen uiterst vriendelijk en behulpzaam. De benzinestationhouder, zijn dochter, een andere medewerker van een benzinestation en iemand die ik de weg vroeg. Allen putten zich uit in verontschuldigingen dat ze geen Engels of Duits spraken (en mijn tegenargument dat ik geen Servisch of Bosnisch sprak werd met luid gelach ontvangen) en ze deden veel moeite om met gebarentaal en enkele woorden een en ander duidelijk te maken.

Rond 16.30 uur vond ik het welletjes. Op de app gekeken voor een overnachtingsplaats maar dat betekende dat ik ofwel 45 km terug moest rijden ofwel 120 km door moest rijden. Daar had ik geen zin in. Dus bij een willekeurige afslag de snelweg afgereden in de hoop bij een of ander dorp een overnachtingsplaats te vinden. Dat was nog niet zo eenvoudig. De dorpen die alle aan een weg liggen en daardoor een lintbebouwing hebben zijn eindeloos lang. En buiten de dorpen zijn er geen zijweggetjes die naar een stille plek leiden want iedere weg heeft hier een doel en leidt dus naar een huis

Vodinci

Uiteindelijk aangekomen in Vodinci en daar op de lege parkeerplaats bij het stationnetje een plek gevonden. Voor de zekerheid even aan de stationschef gevraagd. Geen enkel probleem. Van harte welkom. En als ik wat nodig heb dan hoef ik maar te roepen. Ik geef hem een fles Griekse wijn cadeau waarmee hij zeer verguld is.

Koken, eten, afwassen, blog schrijven en relaxen. Ik heb eindelijk weer goed internet en heb heel veel mails van de afgelopen internetloze dagen te beantwoorden. Daarna nog wat buiten zitten en lezen op deze bloedhete avond. Langs het spoor. En weer die fantastische stilte. Slechts vogels en schapen en een enkele haan verbreken die. Idyllisch.

Toch nog een aanvulling. Na het afsluiten van de blog van vandaag, als ik nog buiten zit, komt er een auto het parkeerterrein oprijden en er stapt een jongen uit die klaarblijkelijk met de trein mee moet. Zijn vader heeft hem weggebracht en rijdt weer weg. Hij groet me in heel goed Engels en vraagt waar ik vandaan kom. Ik zeg dat ik van Griekenland kom en weer naar huis in Nederland rijd. Wow, dat lijkt hem ook wel wat. Hij gaat met de trein naar de stad voor een afspraak met vrienden maar hij is aan de vroege kant en vraagt me wat meer over mijn Griekenland reis.

We gaan op het bankje in de avondzon van het stationnetje zitten. De stationschef komt er bij zitten. Ik vraag hun wat er de laatste jaren veranderd is. Pffft. Dat is een heleboel. En op dat moment rijdt er een soort sprinter voorbij die zo nieuw is dat de NS daar jaloers op zou zijn. De stationschef wijst naar de trein als het ultieme bewijs van de vele veranderingen. Maar er is meer zegt hij. De corruptie is duidelijk afgenomen. De welvaart is toegenomen. Ik kan dat bevestigen en vertel hem dat de dorpen een heel welvarende indruk maken met goed onderhouden huizen en veel moderne auto’s voor de deur. Dat is ook zo constateert hij. Maar er is ook heel veel meer vrijheid gekomen. Dat is een goede zaak vindt hij maar hij twijfelt er aan of er goed mee omgegaan wordt.

De jongen is duidelijk te spreken over de hogere welvaart. Ik vertel hun de ervaringen van Irina. Die ook constateert dat ze in een veel welvarender land leeft maar soms heel erg de saamhorigheid mist in de samenleving die ze in haar jeugdjaren heeft meegemaakt. Ik zeg dat dat volgens mij dat nu juist het grote risico is van de nieuwe EU-landen: veel oog hebben voor de zichtbare materiële welvaart en weinig oog hebben voor de onzichtbare maatschappelijke waarden. Het is ook ontzettend moeilijk en verleidelijk.

De stationschef knikt druk met zijn hoofd. Precies wat hij vreest. Ook de jongen zegt dat hij het begrijpt maar of hij het ook zo voelt weet ik nog niet zo precies. Het is wellicht pedant van mij maar ik waarschuw ze toch voor de nouveau riche die in hun mercedessen de nieuwe elite dreigen te worden. Ook daar is de stationschef het mee eens maar wat kun je er aan doen?

Er gaat een belletje in de wisselruimte, de stationschef staat op, drukt wat knoppen in, zet zijn pet op, pakt zijn spiegelei op en loopt na gedag gezegd te hebben naar het perronnetje om de aankomst en vertrek van de trein te regelen. In nog geen minuut vertrekt de trein weer en wordt het weer helemaal stil op dat mooie station aan de rand van het dorp met uitzicht op de velden. Wat hoop ik voor ze dat ze een goede toekomst tegemoet mogen gaan.

(Visited 82 times, 1 visits today)
Share: