Camperreis Noorwegen dag 6: Van Trofors naar Mo I Rana

De Svartisen-gletsjer

Op dag 6 van de camperreis Noorwegen moet ik eerst het probleem met het koelwater (dat later geen problem blijkt te zijn) zien op te lossen. Daarna rijd ik door naar de Svartisen gletsjer. Een korte boottocht en een langere wandeling brengen mij bij de voet van deze laag gelegen gletsjer. Ik beëindig de dag op een wonderschone overnachtingsplaats aan de rand van een snelstromende rivier.

Koelwaterproblemen

Zoals ik geschreven heb ben ik vandaag rond 9.00 uur, na het ontbijt, vertrokken naar de dichtstbijzijnde 2 garages. Daartoe moest ik van de E6 af van Trofors naar Hattjelldal. Een mooie weg die helemaal mooi werd toen ik een eland de weg over zag steken vlak voor de camper. Elanden zijn niet zo snel maar toch sneller dan ik de camera kon grijpen en instellen. Jammer. Om de eerste garage te bereiken moest ik volgens de TomTom de weg af. Een onverharde weg kwam uit bij een boerderij. Daar aangebeld om te vragen of men hier een garage kende. Er werd opengedaan door een vriendelijke jonge vader die vertelde dat er bij zijn weten hier nabij nog nooit een garage geweest was. De boerderij was prachtig gelegen met adembenemende uitzichten.

Toen hij vroeg waar ik vandaan kwam en ik antwoordde dat ik uit Nederland kwam vroeg hij of ik …(onverstaanbaar)…. kende. Die was ook Nederlander. Ik kende hem hoogstwaarschijnlijk niet want de kans is gering bij 17.000.000 inwoners. Daarna nog wat gesproken over zijn boerderij die hij van zijn vader overgenomen had. Hij was blij dat het juli was. Tot voor een paar weken geleden lag er nog veel sneeuw. Op mijn vraag hoe hij de winter doorkwam (van november tot januari is het 24/24 uur donker) antwoordde hij: ‘gewoon doorleven’. Ja, er zit niet veel anders op natuurlijk. Hij wist niet beter en voor hem was het allemaal niet zo bijzonder als wij wel dachten.

De aardige man verwees mij nog naar een garage drie kilometer verderop. Daar aangekomen bleek het een oude barak te zijn waar een garage in gevestigd was. Maar er was geen auto te bekennen die gerepareerd moest worden. Ik zou dus snel aan de beurt zijn dacht ik. Deze man sprak matig Engels en toen ik hem mijn probleem had uitgelegd dacht hij diep na en zei toen dat hij veel te veel werk had en dus geen tijd had om mijn auto te controleren. Of hij een andere garage kende in de buurt. Nee, in de buurt was er geen. Of hij misschien een garage kende die iets verder gelegen was. Weer diep nadenken. Ja, er was een garage in Mosjoen, 70 km verderop. Omdat de koeltemperatuur zich handhaafde op de meter heb ik de gok maar gewaagd. Dus op naar Mosjoen.

Daar aangekomen op de TomTom gekeken waar die ene garage dan wel lag. Wat bleek: er waren wel 20 garages. Ik blij. De eerst was een grote garage. Na uitleg van mijn probleem zei de receptionist dat ze geen tijd hadden om te repareren, maar hij was zo aardig om toch even te kijken. Hij kwam tot dezelfde conclusie als ik: het koelwater was niet gedaald en zag er helder uit. Bovendien, zo stelde hij, als er echt een probleem was dan zou het koelwater nu al moeten koken na 70 km. Maar alles zag er pico bello uit. Dus moest het een probleem met de thermometer zijn maar dat stond los van het koelprobleem. Dus ik kon mijn reis met een gerust hart voortzetten en thuis de thermometer laten nakijken.

Ik was natuurlijk wel blij maar wilde niet over één nacht ijs gaan en zocht bij één van de 20 garages naar een second opinion. De volgende garage zei geen tijd te hebben want er was een monteur ziek geworden zodat ze maar op 75% sterkte werkte. Een andere suggestie? Nou nee, niet echt. Dus de volgende garage gezocht: Volkswagen: geen tijd veel te druk. Maar er was wel een Fiat dealer iets verderop. Daarheen gereden; bleek een Toyota-dealer te zijn. Nou ja, dat is bijna hetzelfde als Fiat nietwaar?

Ik heb er toch mijn probleem neergelegd bij een ijskoude receptioniste. Ze kwam tot dezelfde conclusie als de eerste garage: waarschijnlijk, vrijwel zeker, zou het koesysteem in orde zijn maar zou er een elektronisch probleem met de thermometer zijn en dat kon geen kwaad. Ze zou het nog even bij de monteurs navragen die haar diagnose bevestigden. Nu vond ik het wel genoeg. Zeker gezien het feit dat de temperatuur indicator onder normaal bleef en zeer constant. Conclusie: Noren zijn niet heel erg hulpvaardig en ze zijn niet erg gewend om in je probleem mee te denken en mogelijke andere oplossingen te bedenken. Of is het eerder een probleem van garage-eigenaren en minder van Noren. Ga ik uitzoeken de komende dagen.

Over de aard van de Noren

Tijdens het bezoek aan een van de garages viel mij het geduld op dat de Noren hebben. Ik kwam binnen bij de receptie waar de receptionist bezig was met een klant en er nog 3 andere wachtenden voor mij waren. De receptionist leunde gemoedelijk achterover in een zeer comfortabele bureaustoel die de CEO van een grote multinational niet zou misstaan. Handen achter in de nek en luisterend naar de klant die het klaarblijkelijk niet meer over de auto had maar over een privéaangelegenheid. Dat duurde minuten.

Toen hij klaar was was het ongeveer 15 seconden stil. Ik dacht dat dat het einde van het gesprek was maar nee, de klant startte een ander verhaal, wederom niet over de auto. En weer werd er minutenlang gesproken. Geen enkele blijk van irritatie bij de wachtenden. Eindelijk was dit gesprek ook beëindigd en de klant stapte naar de deur toe. Met de hand op de klink van de deur bedacht hij dat hij nog wat te vertellen had.

Dus weer terug naar de receptie om weer een verhaal te beginnen dat weer ontspannen aanhoord werd door de receptionist. Weer geen irritatie bij de klanten. Uiteindelijk was dit gesprek dan ook klaar en nu ging de klant daadwerkelijk de deur uit. Ik verwachtte nu actie van de receptionist maar nee hoor hij bleef nog zeker een halve minuut achteroverleunen om het gesprek nog een keer te savoureren. Toen ging hij rechtop zitten en nodigde met een diepe zucht de volgende klant uit om haar probleem uit te leggen.

Camperreis Noorwegen: Op weg naar Svartisen gletsjer

 

De Svartisen-gletsjer

De tocht verder voortgezet naar het noorden, naar Mo I Rana. Daar leek het me interessant om de tocht te maken naar de Svartisen-gletsjer (inderdaad zwart ijs gletsjer). Het is de op één na grootste gletsjer van Noorwegen en de laagst gelegen gletsjer ter wereld (170 m. boven zeeniveau). Een prachtige tocht er heen. Parkeren bij een boothalte alwaar je naar de overkant van het meer gebracht werd. Het begin van een 3 km. lange wandeling naar de gletsjer. Eerst een kaartje kopen bij Butikk. Daar kreeg ik een nummertje op papier dat ik bij de kapitein moest inleveren. Bij de boot aangekomen kreeg ik van een vrouw bij de ingang van de boot een echt kaartje in ruil voor mijn ingeleverde nummer (de logica van deze logistiek is mij ontgaan). Mooi dacht ik, echt Noors, emancipatie, een kapitein kan ook een vrouw zijn.

De boot bleek een beetje suffig bootje te zijn. Ruimte voor 50 mensen, er waren er slechts ca. 15, Heel veel reddingsvesten en ook nog twee reddingsboten. Er kon dus niets gebeuren. Klokslag vertrektijd kwam er een imposante man aanwandelen. Die bleek dus de kapitein te zijn. Mijn emancipatoir beeld veranderde gelijk. Hij was te goed om de kaartjes te ruilen; daar had hij een assistente voor. Als kapitein moet je je natuurlijk van te voren concentreren op de komende reis (van 20 minuten). Een mooie tocht over het meer met tal van watervallen. Bij een heeeeeel grote waterval was er een kleine steiger en daar werden we geacht om de boot te verlaten.

Ik dacht een wandelingetje te maken van 3 km, in, pak weg, drie kwartier. Maar dat bleek anders te zijn. De wandeling bleek een ware bergtocht te zijn. Alle Noorse medepassagiers die aanzienlijk jonger waren dan ik zetten er gelijk de spurt in en als echte berggeiten renden ze de berg op. Ik wilde veel zien en ging ook nog eens veel langzamer. Het is inmiddels ruim 20 jaar geleden dat ik de laatste berg beklommen heb.

Dus al spoedig raakte ik de overigen uit het oog. Ja, hoe moet je dan de weg vinden? Ik had wel gemerkt dat Noren er een sport van maken om waar ze zijn stenen stapeltjes te maken. Zou dat dan de route naar de gletsjer zijn? Bij menig stapeltje bleek dat niet het geval te zijn. Dat zorgde er voor dat ik de dubbele afstand heb afgelegd. Uiteindelijk kwam ik er achter dat sommige stapeltjes van een rood merk voorzien waren. Maar aangezien ik gedeeltelijk kleurenblind ben kon ik dat, zeker op afstand, niet goed zien.

Zo zie je maar weer: kleurenblindheid is een vreselijke en levensgevaarlijke ziekte! Zeker gezien het feit dat er nog maar één boot vandaag terug ging. Maar het is toch gelukt om de voet van de gletsjer te bereiken: Adembenemend zo mooi. En wat een verschil met de Alpen. In de Alpen is de vervuiling zo heftig toegeslagen dat er op alle gletsjers een licht zwarte roetlaag ligt. Hier niet. De lucht is dus veel schoner dan bij ons.

Daarna de terugweg aanvaard. Inmiddels was ik aan het bergwandelen gewend en sprong soepel van de ene steen op de andere. Precies op tijd voor de boot terug. Vervolgens de camper in en teruggereden om een mooie overnachtingsplaats te zoeken. Dat is gelukt. Ik sta aan een prachtige rivier aan de rand van een onverharde weg. De zon is inmiddels ook doorgebroken zodat het mogelijk is om nog wat buiten te zitten. Al met al (met name het laatste gedeelte) een schitterende dag.

Camperreis Noorwegen: Overnachtingsplaats nabij Svartisen gletsjer

Delen met je netwerk?
(Visited 836 times, 1 visits today)