Camperreis Noorwegen dag 28: Van Oanes naar Sirevåg

Stavanger

De 28e dag van de camperreis Noorwegen. Ik heb vrijwel de hele dag in de leuke stad Stavanger doorgebracht. Met name in de oude binnenstad en in het boeiende oliemuseum. Daarna een begin gemaakt met het volgen van de Jaerenroute. Langs de rustige weg heb ik aan een meer een overnachtingsplaats gevonden.

Om 6.00 uur wakker geworden. Stromende regen. De weersvoorspelling van mijn weerapp blijkt dus veel beter te zijn dan die van de medewerkster die ik gisteren sprak. Het lijkt mij geen feestje om in dit weer de 5 km naar Preikestolen te lopen en te klimmen. Dus alternatief: Stavanger bezoeken. Ik ga relatief laat weg: 9.00 uur en rijd naar Oanes om daar de ferry te nemen naar Hole Lauvik. Helaas voor de ferrymaatschappij doet de betaalautomaat het niet. Er wordt gezegd dat op de boot afgerekend kan worden. Maar dat gebeurt niet. Het is raar weer. Felle buien worden afgewisseld door even felle opklaringen. Het levert evenwel mooie plaatjes op.

Ik rijd via weg 13 die langs dorpjes en meren gaat. Onderweg kom ik het nationale ski team van Rusland tegen. Ze gaan op rollerski’s de heuvel op. Dat kost veel inspanning zo te zien, ze zullen wel niet gedrogeerd zijn. Maar het gaat wel snel. Vervolgens ga ik naar de toegangsweg naar Stavanger. Vlak voor Stavanger worden gigantische infrastructurele werken aangelegd. Tunnels, rotondes, verbreding van de wegen. Je mag er zelfs 90 rijden en dat laten de Noren zich niet twee maal zeggen. Ze racen er vrolijk op los.

Een wandeling door Stavanger

Dan rijdt ik Stavanger binnen. Het is een stad van ca. 100.000 inwoners. Ik probeer eerst een parkeerplaats voor enkele uren te vinden en ben al blij als ik er een op 2,5 km van het centrum vind. Toch nog even verder proberen. Op 2 km afstand kan ik ook parkeren. Verder proberen. Op 1 km afstand weer een mogelijkheid. Gekker kan het niet worden. Toch wel: uiteindelijk vind ik een grote parkeerplaats op nog geen 500 meter afstand van het oude centrum. Er passen honderden auto’s op maar er staan er 4 (inclusief die van mij). Er is wel een parkeerautomaat: Ik kan er 5 uur staan voor € 1,70. Dat kan Bruintje nog net trekken.camperreis Noorwegen: Stavanger

Dan loop ik naar de oude binnenstad. Wat een verrassing. Een hele wijk van ongeveer 4 parallel lopende straten met vele zijstraten bestaat uit louter oude houten woningen. Het schijnt een van de meest geliefde woonplaatsen van Noorwegen te zijn. Boven op de heuvel de woonhuizen. Beneden bij de haven de kantoren en de vemen, waar uiteraard nu andere bedrijven in zitten. Banken zijn er goed vertegenwoordigd. Het is een mooie eerste kennismaking.

Ik loop de haven in en zie daar twee enorme cruiseschepen liggen. Een uit Duitsland met aan de buitenkant er op vermeld dat je je vooral moet ontspannen bij Tui-reizen. Duitsers schijnen daar dus aan herinnerd te moeten worden op vakantie. En er is een Frans schip. Ik vrees het ergste. Een stadje van 100.000 inwoners en dan ineens een stroom van enkele duizenden toeristen, naast de reguliere toeristen. Maar het valt ontzettend mee. De meesten blijven rond de haven voor de cruiseschepen hangen. De haven heeft een zelfde structuur als die van Bergen. Alleen dus veel minder toeristen. En het valt me op dat het een stad is waar primair gewoon geleefd, gewoond en gewerkt wordt. De stad is gelukkig niet vergeven van de toeristenwinkels en de eettenten. Het is een heel sfeervolle rustige stad. Mensen zien er bijna allemaal heel tevreden uit.

Camperreis Noorwegen: olie museum Stavanger

 

Olie-museum Stavanger

Ik loop naar de tweede haven want daar is het olie-museum. Wat moet ik in een olie-museum? Ik had al gehoord en gelezen dat het buitengewoon interessant is en dat het onlangs is uitgeroepen tot het beste museum van Noorwegen. Nou daar is geen woord te veel mee gezegd. Het is gewoonweg FANTASTISCH! In de eerste plaats is het gebouw een fraai staaltje van architectuur (natuurlijk vergeten te fotograferen). Binnen begint het met een 3D-film van ca. 20 minuten over het ontstaan van olie. Daarna wordt in de tentoonstellingsruimte aandacht besteed eveneens aan het ontstaan van olie en vooral ook wat het economisch gebracht heeft voor Noorwegen.

Naast de gebruikelijke investeringen is er een fonds voor de toekomstige generaties opgericht waarin elk jaar het begrotingsoverschot van de staat in gestort wordt. Dat fonds bevat momenteel per Noor € 150.000,–. Daar komt ieder jaar dus nog bij en bovendien wordt het geld belegd en met een rendement van 6 % levert dat dus nu per jaar € 9.000,– op. Maar rente op rente gaat door de jaren heen nog veel meer opleveren. Het lijkt mij een gezonde keuze om een groot gedeelte van de olie-opbrengsten te spenderen aan dit soort projecten voor toekomstige generaties. Daar had Nederland wel een voorbeeld aan kunnen nemen met de aardgasgelden.

Vervolgens kom je in een gedeelte van het museum waar je de soorten boren kunt zien en waar in een reeks van vitrines wordt aangegeven hoe de olie door de jaren heen gewonnen werd: van 50 meter diepte naar vele honderden meter diepte. Van olieplatform tot drijvende werkstations. Er zijn vele maquettes van de verschillende soorten platforms en er is speciaal een ruimte ingericht over de veiligheid van de boorplatforms met allerlei vormen van reddingboten en verkenningsvaartuigen boven en onder water.

Er is een indrukwekkende film over de wijze waarop een duiker op 70 meter diepte een buis voorbereidt om aan elkaar te lassen. Hij wordt begeleid door mensen in een onderwatervaartuig. Na zijn duik, die niet ongevaarlijk is moet hij meerdere dagen in een herstelruimte doorbrengen om weer aan de normale luchtdruk te wennen. Ten slotte wordt er aandacht besteed aan de voor- en tegenstanders van de voortzetting van olieproductie. Het leek mij een evenwichtige weergave.

Het museum is relatief klein. Maar het wordt zeer interactief (ook voor kinderen) en met korte duidelijke teksten gepresenteerd. Al met al heb ik er bijna 3 uur doorgebracht. Voor iedereen die in de buurt van Stavanger komt: een MUST-SEE!!!

Camperreis Noorwegen: Jaeren route

Jaeren route

Na Stavanger ga ik tegen het einde van de middag naar de kust toe om de laatste route, de Jaeren-route te volgen. Hij is maar kort, ruim 40 km. Het is een typisch kustgebied met kleine dorpen en heel veel grote boerderijen en veehouderijen. Ik tref het niet. Het is net de tijd om de mest over de grote graslanden uit te rijden. Toch stap ik geregeld uit om een kleine haven, een hele kleine kerk met kerkhof te bezoeken. En tegen het einde van de route probeer ik een overnachtingsplek te vinden. Dat is lastig: er zijn maar weinig zijwegen en die leiden alle naar bewoonde gebieden en ik wil niet zo bot zijn om met mijn camper dicht in de buurt van huizen te gaan staan.

Uiteindelijk vind ik langs de 44 een brede inham aan de rand van een meer met lage rotsformaties daarachter. Ik denk dat de weg niet druk zal zijn, hetgeen ook blijkt, en ik kan er dus veilig overnachten. Na het koken het gebruikelijk scenario. Morgen de laatste etappe naar Kristiansand. Ik zal het maar niet meer over mijn melancholische stemming hebben… Maar aan de andere kant kijk ik er ook naar uit om Irientje en Aljoshja weer te zien.

p1070833

Delen met je netwerk?
(Visited 471 times, 1 visits today)