Camperreis Normandië dag 3: Van Cayeux sur Mer naar Phare d’Antifer

Langs de kusten van Normandië

De derde dag van de camperreis Normandië gaat vrijwel de gehele dag langs de zand- en kiezelstranden van het oostelijk deel van Normandië. We eindigen nabij de bekende Falaise d’Étretat op een afgelegen overnachtingsplaats bij een vuurtoren.

Zeehonden bij de kust van Cayeux sur Mer

Als ik ’s ochtends de voorbereidingen voor het ontbijt tref en Irina al even naar buiten gelopen is, komt ze enthousiast terug met de mededeling dat we vlak langs het strand staan (konden we gisteren nog niet zien) en dat er veel zeehonden op een nabijgelegen zandbank liggen. Na het ontbijt de wandelschoenen dus aangetrokken en de 100 meter naar de kust van Cayeux sur Mer gelopen. Het is helaas een bewolkte en niet zo warme dag. Maar ook onder deze weersomstandigheden is de brede zand- en kiezelkust heel mooi.

Als we de enkele duinenrij gepasseerd zijn zien we een bunker op het strand liggen. Waarschijnlijk deel uitmakend van de verdedigingslinie van de Duitsers tijdens de tweede wereldoorlog. Hij ligt er wat sneu bij. Hij is met fundament en al geheel vrij uit het zand gekomen en ligt in een hoek van ongeveer 45 graden. Als dit door het getijdenverschil met waarschijnlijk een aanvullende storm gebeurd is, illustreert het de onnoemelijke kracht die stromend water heeft.

Daarna lopen we naar de kustlijn en zien op een tegenoverliggende zandbank een kolonie zeehonden liggen. De enkele mensen die op het strand aanwezig zijn enerzijds en de dieren anderzijdds, staan en liggen elkaar aan te kijken. Het is een rustgevend aangezicht. Totdat er een straaljager met oorverdovend lawaai over komt vliegen. De meeste zeehonden duiken snel het water in en zwemmen het zeegat uit. Enkele, blijkbaar meer ervaren dieren, kijken verveeld omhoog en slapen daarna gewoon door.

We lopen nog een kilometer in westelijke richting over het kiezelstrand. Dat is hard werken want het is moeizaam voortbewegen over de ronde kiezelstenen die onder je voeten wegglijden.

Les Hautes Falaises du Tréport

Na ongeveer anderhalf uur keren we terug naar de bus en vervolgen wij onze route in westelijke richting. Aan de westkant van Le Tréport stoppen we om daar langs de steile rotsen van het dorp te lopen: Les Hautes Falaises. De wandeling over dit strand is mogelijk nog lastiger dan de vorige wandeling. De stenen zijn grover en het strand is licht glooiend. De steile rotswand is indrukwekkend. Er nestelen veel meeuwen en luid krijsend verdedigen zij hun nesten tegen indringers.

Na een lichte lunch rijden we door naar Étretat waar we laat in de middag aankomen. De route er naar toe is mooi voor zover hij langs de kust gaat. Het binnenland (overwegend agrarisch gebied) is evenwel ronduit saai te noemen.

Étretat

Étretat blijkt een aardig plaatsje te zijn. Er staan nog veel oude gebouwen in het centrum en daaromheen staan veel huizen die uit de 19e eeuw stammen en de indruk versterken dat Étretat ooit een luxe badplaats geweest moet zijn. Dat is nu heel anders. Het is weliswaar nog geen hoogseizoen maar de sporen van plat vermaak zijn makkelijk waar te nemen. Het dieptepunt vormt de boulevard. Langs deze boulevard is het gemeentebestuur er in geslaagd om de minst succesvolle architecten aan te trekken om daar een paar hotels neer te zetten. Die architecten zijn op hun beurt er uitmuntend in geslaagd hun lelijkste creaties hier te laten bouwen. De banaliteit en platheid spat er aan alle kanten van af.

Vanaf de boulevard heb je een mooi uitzicht op de wereldberoemde Falaise d’Étretat die met een boog in de zee uitsteekt. De rots is met name bekend geworden door de schilderijen die Claude Monet en andere impressionisten gemaakt hebben.

We lopen nog een paar honderd meter omhoog naar de Chapelle Notre Dame de la Garde. Het uitzicht vanuit hier is fenomenaal. Daarna keren we weer terug naar het dorp om een restaurant uit te zoeken. We vinden een smaakvol ingericht etablissement: Le Galion.

Beiden nemen we een vissoep. Helaas is de vissoep gepureerd zodat je geen bite ervaart van stukjes vis. Als hoofdgerecht neemt Irina Filet de Sole au Beurre Blanc en ik kies voor een gerecht met St. Jacobsschelpen met een lichte kerrie en aspergesaus. Als nagerecht is er koffie met een stuk taart voor mij en een Crème Brulée voor Irina. Er wordt een goede witte wijn bij het diner geschonken. Alles bij elkaar is het een redelijk restaurant ook al is de prijs-kwaliteit-verhouding niet helemaal zoals die zou moeten zijn.

Phare d’Antifer

Daarna lopen we door het dorp terug naar de bus om nog een paar kilometer door te rijden naar het westen. We overnachten op het terrein van een vuurtoren: de Phare d’Antifer. Als Irina de omgeving even verkent in het donker, komt ze er achter dat we op nog geen 10 meter afstand staan van een steil dalende rotswand van ca. 50 meter. Dat vergt te veel van haar zenuwen en ze geeft aan pas te gaan slapen als we de bus verder van de rand verwijderd hebben. Dat dus dan maar gedaan en daarna spoedig in slaap gevallen.

(Visited 328 times, 1 visits today)
Share: