Camperreis Griekenland dag 30; van Delphi naar Portaria

Delphi

Het einde van de reis begint in zicht te komen. Ik wil vandaag dan ook verder naar het noorden trekken. Eerst bezoek ik de archeologische vindplaats van Delphi en daarna rijd ik door naar de streek Pilion waar, naar verluid, uitzonderlijk mooie dorpen en natuur te vinden zijn.

Na een uitstekende nacht vanochtend wakker geworden met het onderstaande uitzicht. Je hebt het maar voor het uitzoeken met zo’n mobiel verblijfsadres.

De opgraving van Delphi

Om 7.00 uur opgestaan omdat ik om 8.00 uur bij de opgraving van Delphi wil zijn om daar in zo veel mogelijk rust de archeologische vindplaats te bekijken en op me in te laten werken. Ik kom er om ongeveer 7.45 uur aan en kan er ruimschoots (voor de poort) parkeren. Voor de toegang moet ik wachten tot 8.00 uur. Een medewerkster staat weliswaar ongeduldig met de sleutelbos te rammelen maar ze mag blijkbaar de poort nog niet openen. We maken een praatje over haar werk en om klokslag 8.00 uur gaat de sleutel in het slot en kan ik naar binnen. Ik ben de enige. Nog…

Het belangrijkste bouwwerk is de tempel van Apollo. In de oudheid verzorgde de priesteres daar de erediensten en was ze op gezette tijden te raadplegen (orakel). Maar er waren meer tempels. Veel stadsstaten offerden hier in eigen tempels vele schatten aan Apollo. De diverse ceremonies begonnen aan de zuidkant van het gebied op de Heilige Weg. Offergaven werden dan naar de diverse tempels overgebracht. Naast de tempels is het theater nog zeer herkenbaar aanwezig en na een flinke klim kom je bij het stadion dat ook nog voor een heel groot gedeelte in tact is.

De archeologische vindplaats is voorzien van vele grote informatieborden met duidelijke uitleg. Daardoor kun je je een goed beeld vormen van hoe het er uitzag en welke activiteiten er plaatsvonden. Maar een en ander kun je nog beter in perspectief zien als je het museum bezoekt. Op een uitstekende manier geeft het museum inzicht hoe de diverse tempels opgebouwd zijn met de oorspronkelijke beeldhouwwerken die men gevonden heeft. Een goede balans tussen te veel en te weinig laten zien en goede beknopte teksten die uitleg geven over hetgeen je ziet.

 

Op weg naar de Pilion

Rond 12.00 uur vertrek ik. En wat een ander beeld nu. De ene na de andere toeristenbus komt voorrijden en stort massa’s bezoekers uit over het archeologisch terrein. Wat ben ik blij dat ik er vroeg bij was. Te laat kwam ik er echter achter dat ik het Gymnasium vergeten ben te bezoeken. Tja, dan thuis maar nakijken wat ik gemist heb. De reis gaat naar de streek De Pilion. Ik heb gelezen dat daar een fraai natuurgebied is en dat de streek over vele oorspronkelijke dorpen beschikt. Dus op naar het noordoosten.

De reis is niet heel boeiend. Eerst rijd ik door een gebied waar ik verschillende heuvel- en bergruggen moet passeren. De stijging en daling gaat vaak heel snel hetgeen ik aan de oren merk en aan het geknap van de pet-flesjes in de camper en de koelkast. Uiteindelijk kom ik in een heeeeeel grote laagvlakte terecht.

Ik denk niet dat er in Griekenland veel van dit soort grote vlakke gebieden te zien zijn. Het gebied wordt overheerst door landbouwactiviteiten. Een en al akkers met graan en groenten. Het ziet er niet al te best uit. Er werkt ook bijna niemand op het land. Er zijn geen landbouwvoertuigen te zien en slechts af en toe kom je groepjes landarbeiders tegen die in de streek heel armoedig gehuisvest zijn en ik vermoed dan ook dat het vluchtelingen zijn.

Uiteindelijk kom ik in de kuststreek aan. Mijn benzinetank is bijna leeg en de waterhuishouding van de camper moet ook op orde worden gebracht. Ik stop bij een benzinestation en voordat ik de auto goed en wel uit ben staat de eigenaar van het benzinestation mij al op mijn schouder te slaan. En als hij daarmee klaar is doet hij hetzelfde met de camper en geeft aan dat het een goede camper is (hij moest eens weten van de eerste week). Daarna gaat hij diesel tanken.

Maar voordat hij tankt legt hij in woord en gebaar uit dat het hele goede diesel is. Diesel +. En hij wijst naar de reclame. Nogmaals zegt hij dat het heeeeeele goede diesel is en dat je er vele kilometers extra mee kan rijden. Hij wordt zo enthousiast dat ik op een bepaald moment vrees dat hij de nippel van de benzineslang in zijn mond steekt om een litertje te drinken om aan te geven hoe goed die diesel wel is. Dan wil hij weten waar het gezin is. Hij kijkt in de camper maar ziet niemand. Ik probeer het uit te leggen maar dat ontgaat hem een beetje. Nou ja… schudt hij.

Vervolgens vraag ik of ik water kan tanken. Dat mag natuurlijk. Met woord en gebaar maakt hij duidelijk dat het geen drinkwater is en hij drukt heel plastisch uit wat er met je maag en de straat gebeurt als je het water toch drinkt. Na deze act nog een keer een melding dat het geen drinkwater is. Maar wel goed om te wassen en hij beeldt een hele wasbeurt uit. En net als bij de diesel begint hij hier een lofzang op de kwaliteit van het water. Door zijn handen over elkaar te wrijven geeft hij aan dat het heel zacht water is.

Dan moet er afgerekend worden. Ik vraag of het met visa kan. Hij trekt zijn schouders  op en maakt een breed armgebaar. In de eerste weken interpreteerde ik dat als: als het niet anders kan dan moet het maar. Maar inmiddels weet ik dat het betekent: vanzelfsprekend, natuurlijk. Na de betaling krijg ik van zijn vrouw een halve liter koel water. Daarna helpt hij mij met het aansluiten van de waterslang op de watertank. Weer een waarschuwing geen drinkwater en daar komt de show weer. Ik geef hem mijn laatste pak stroopwafels waarmee hij zeer in zijn sas is. Dat moet uitgeprobeerd worden. Hij biedt mij Griekse koffie aan.

Na een paar minuten komt hij met werkelijk overheerlijke koffie aanzetten. Hij nodigt mij uit om naast hem te komen zitten op zijn bank in de schaduw. Ik leg hem uit dat hij de stroopwafel een paar minuten moet verwarmen op de koffie of de thee. Dat begrijpt hij niet helemaal. Koekje helemaal in de koffie??? Rare Hollanders. Ik doe het voor en nu snapt hij het en probeert het uit. Met veel gekreun en een hemelse blik keurt hij de stroopwafel goed.

Dan komt het hoofdstuk gezondheid te sprake. Bij hem niet zo goed. Hij heeft veel last van zijn kaken. Dokters zijn net ministers. Ze deugen niet. Want hij heeft nog steeds last van zijn kaak. Hij is zeventig jaar. Dat leid ik af van de zeven vingers die hij in de lucht steekt. Ik maak duidelijk, en ik meen het echt, dat ik dacht dat hij zestig was (zes vingers in de lucht).

Dan vraagt hij hoe oud ik ben. Ik steek eerst zes vingers in de lucht en daarna zeven. Hij valt bijkant van zijn bankje. Slaat zijn arm om me heen en spant zijn biceps aan en lacht luid. Dan wil hij weten hoe ik gereisd ben. Ik leg het uit met behulp van de kaart. Bij alle gebieden die ik aangeef bezocht te hebben gaan beide duimen de lucht in. Uiteindelijk is de watertank tjokvol en geef ik aan dat ik weer verder ga. Hij schudt me hartelijk de hand, legt het verkeer stil zodat ik makkelijk de weg op kan rijden. Wat zijn Grieken (meestal) toch leuke en aardige mensen!!!

Daarna rijd ik de Pilion in. Eerst door de havenstad Volos die in de gidsen als niet heel aantrekkelijk wordt aangeduid. Ik ken de stad natuurlijk niet goed maar als ik er doorheen rijd dan heb ik een heel positieve indruk. Levendig, veel winkels, veel schaduwgevende bomen in brede winkelstraten. Ik heb slechtere steden gezien. Zodra ik buiten de stad ben gaat er een weg steil omhoog. Veel haarspeldbochten. Maar de wegen zijn voldoende breed dus erg spannend is het niet. Na een half uur kom ik tot de conclusie dat het nou niet zo een bijzonder natuurgebied is en dat er van al die oude dorpjes niet veel meer over is.

 

Tot ik er achter kom dat ik verkeerd gereden ben. Ik heb echter geen zin om verder te reizen en zoek een overnachtingsplek die snel gevonden is met een mooi uitzicht op Volos. Dat zal vanavond weer een spectaculair uitzicht worden. Voor de rest weet je het: koken, eten, afwassen,  mailen, bellen, blog schrijven en dan zit ook deze dag er weer op.

(Visited 87 times, 1 visits today)
Share: