Dag 33: Van Ardara naar Villanova Monteleone

Mijn 250e camperdag

Vandaag, als het me gegeven is, zal ik de 250e nacht in de camper doorbrengen. Als voorbereiding daarop bezoek ik op deze drieëndertigste dag van de camperreis Sardinië het dorp Siligo om daarna door te rijden naar het prachtige Monastero Benedettino San Pietro di Sorres. Daarna klim ik via vele haarspeldbochten naar Monteleone Rocca Doria om tenslotte te eindigen bij de Necropoli di Putti Condinu alwaar ik ook zal overnachten.

Siligo

Ik sta niet zo heel vroeg op en ben rond 8.30 uur onderweg. Een paar kilometer verder wil ik het dorp Siligo bezoeken. Ik wil dat om twee redenen. In de gidsen staat het als een mooi dorp beschreven maar de belangrijkste reden is dat hier het autobiografische boek Padre Padrone, van Gavino Ledda is gesitueerd. Eind jaren ’70 van de vorige eeuw hebben de gebroeders Taviani hier een indrukwekkend mooie film van gemaakt. Kijken als je hem niet kent.

Padre Padrone

Het boek en de film Padre Padrone gaan over een jongen die een moeilijke jeugd heeft onder het harde regime van zijn vader. Hij moet van school af om herder te worden en brengt dus veel tijd van zijn jeugd alleen door. Als de boerderij van zijn vader geruïneerd wordt verlaat hij het huis en gaat hij in dienst. Daar leert hij rekenen en schrijven. En hij heeft de smaakt te pakken. Hij wordt een ware autodidact, gaat naar de universiteit en eindigt zijn leven als een gevierd linguïst.

Natuurlijk is het dorp al lang niet meer herkenbaar van de film. Die is immers 50 jaar geleden gemaakt. Maar een beetje van de sfeer kun je toch nog proeven. Het dorp is in de afgelopen jaren behoorlijk veranderd. Overal zie je tekenen van redelijke welvaart. Het lijkt mij een dorp dat behoorlijk bestuurd wordt. De openbare ruimtes worden goed onderhouden, er zijn veel groenvoorzieningen en langs de hoofdstraat staan veel opgesnoeide oleanders die zich tot boom hebben ontwikkeld.Siligo

Ik loop wat door de straatjes en over de pleintjes. Het is nog vroeg. Op een van de pleintjes spreek ik een vrouw aan die uit haar huis komt en zeg haar dat het zo een mooi dorp is. Ja, dat vindt zij ook. ‘Maar meneer, het gaat niet goed met dit dorp. Er is geen werk meer te krijgen hier. Bijna alle jongeren zijn hier vertrokken naar het vaste land van Italië of naar het buitenland. Van mijn vier kinderen wonen er nu twee op het vaste land en één in Duitsland.’

Chiuso, chiuso, chiuso, het noodlot van de Sardijnse dorpen.

Ze troont mij mee naar het midden van het mooie pleintje en draait 360 graden rond. Steeds maar uitroepend ‘chiuso’ en iedere keer wijst ze een pand aan waar weer een winkel is gesloten. ‘Er wonen alleen nog maar oude mensen hier. Nog maar 800 van de oorspronkelijke 1.500. Ik weet niet hoe het verder moet.’ Ze is duidelijk geraakt door deze neerwaartse spiraal waar het dorp in terecht is gekomen.

Ik vraag haar of ze de film ‘Padre Padrone’ kent. Haar ogen gaan er helemaal van glinsteren. Ja natuurlijk kent ze die film, het verbaast haar dat ík die film ken. En met woorden en handen en voeten geven we uitdrukking aan de schoonheid van deze film en de positieve gedachte er achter. Ze kent natuurlijk de tijd niet in welke de film zich afspeelt maar heeft er van haar vader wel veel over gehoord en ze herinnert zich nog toen de film gemaakt werd. Na een aanbeveling van een goed café en restaurant wenst ze mij een fijne reis toe en verdwijnt in haar huis aan het plein.

Siligo

De onttakeling van de kerk

Ik loop nog verder door het dorp en wil nog even de kerk bezoeken maar daar is net een dienst gaande. Ik kijk naar binnen en ik zie dat er slechts 4 mensen de dienst bijwonen. De luidsprekers via welke de pastoor zich tot zijn kudde richt staat bijna op het hoogste volume afgesteld. Veel doven of een manier om meer mensen de kerk in te lokken? Bij een volgende kerk kan ik hetzelfde verhaal vertellen: een zeer kleine kudde. Deze oude en gave kerk, ik schat in uit de 12e of 13e eeuw, wordt bijna platgedrukt door twee moderne woonhuizen. Symbolisch?

Siligo

De schoonheid van het dorp wordt vandaag enigszins ontsierd doordat het plastic vandaag ingezameld wordt. Als trotse banieren van de duurzaamheid hangen de volle zakken naast de deuren van de huizen.

Ik rijd een beetje terneergeslagen verder want de situatie zoals de dame van het pleintje schetste is niet uniek voor dit dorp. Je ziet het vrijwel in ieder dorp terug hier op Sardinië. Wellicht met uitzondering van de kuststreken. Hoe komt zo’n eiland er ooit weer bovenop? Hoe maak je het voor de jeugd hier weer aantrekkelijk om je hier te vestigen. Hoe haal je werkgelegenheid hier naar toe? Een grote verantwoordelijkheid!

Monastereo Benedettino San Pietro di Sorres

Een paar kilometer verder kom ik aan bij het Monastero Benedettino San Pietro di Sorres. Ik rijd aanvankelijk verkeerd en dreig me weer klem te rijden in onooglijk smalle straatjes. Maar ik weet me er weer uit te wurmen. Van ver zie je de kerk van het klooster al staan prachtig gesitueerd op een heuvel. Er is voor het klooster een ongekend grote parkeerplaats aangelegd waarschijnlijk voor hoogtijdagen en zomervakanties. Ik ben nu de enige bezoeker.

Deze kerk wordt vaak de mooiste kerk van Sardinië genoemd. En ik kan me bij die mening aansluiten ook al heb ik er slechts enkele gezien. Hij is gebouwd in Pisaans-Romaanse stijl. Inmiddels herken ik die stijl wel. Hij heeft het sobere van het romaanse maar kent ook een aantal bescheiden vaak laat antieke versieringen. De voorgevel is prachtig en deze is onderverdeeld in drie rijen blinde bogen naar laatantiek voorbeeld. Voorts is de driebeukige kerk opgebouwd uit twee kleuren steen die in lagen zijn aangebracht: wit kalksteen en zwart basalt. Ook zijn er enkele Moorse versieringen te herkennen.

Monastereo Benedettino San Pietro di Sorres

Het interieur is indrukwekkend. Ook hier wisselen de zwarte en witte banden elkaar af. Verder geen versieringen. Wel is er nog een indrukwekkende stenen preekstoel.

Het klooster van San Pietro di Sorres

Ik loop ook even door het klooster heen dat in de jaren ’50 van de vorige eeuw herbouwd is. De kerk en het klooster kennen een roerige historie. Het is gebouwd in de 12e eeuw toen de kerk nog een bisschopszetel was. Begin 16e eeuw is het bisdom opgeheven en is de kerk als stal gebruikt. Bovendien zijn tal van toen bestaande bijgebouwen gesloopt om als bouwmateriaal voor huizen te dienen. In de jaren ’50 arriveerden de benedictijnen en zij hebben de kerk opnieuw ingewijd en hersteld.

Water tanken

Ik rijd weer verder door een heel mooi gebied dat verandert van landbouwgebied in bosgebied en weer terug in landbouwgebied. Onderweg vul ik de watertank weer aan vanuit een van de vele bronnen.

Monteleone Rocca Doria

Uiteindelijk kom ik aan bij de afslag naar Monteleone Rocca Doria. Het blijkt een uiterst steile haarspeldbochtenweg te zijn die naar het dorp leidt op 400 meter hoogte. Een enkele haarspeldbocht kan ik niet in één keer nemen maar er is geen verkeer dus dat lukt makkelijk.

Het dorp is in de 13e eeuw als vesting gebouwd door de machtige familie Doria uit Genua. Op de helft van de 15e eeuw werd de vesting na een uithongeringsoffensief veroverd door de Aragonezen. De inwoners werden gedwongen te verhuizen naar Villanova Monteleone. Weer honderd jaar later gaf Karel V toestemming om de vesting weer op te bouwen. Waarom? Familiebanden. Van alle tijden dus.

Monteleone Rocca Doria

Nu is het nog een klein sfeervol dorp met een gemeentehuis, een postkantoor, een kerk en de resten van een eertijds trots kasteel. Er wonen nu nog maar 125 inwoners. Ook hier doet het eerder vertelde verhaal over wegtrekkende mensen opgang. Het onderling vertrouwen is er groot; deuren staan open, sleutels steken vaak op de deuren. Ik geneer me er bijna voor dat ik de camper op slot heb gedaan.

Met pensioen in Monteleone

In een van de straatjes spreek ik een man aan met mijn gebruikelijke openingszin dat het dorp zo mooi is. Inderdaad het is heel mooi hier en rustig vertelt hij mij. Hij vraagt waar ik vandaan kom en wat ik allemaal op Sardinië gezien heb. Ik laat hem mijn routekaart zien en hij is onder de indruk.

Monteleone Rocca Doria

Zelf is hij van Milaan. Hij was daar ambtenaar en na zijn pensioen is hij naar Monteleone gekomen en heeft hier een klein huis gekocht en opgeknapt. Hij ie hier uiterst gelukkig. Zeer rustig en… lekker eten. Want dat is ook belangrijk vertelt hij met pretoogjes.

De burchtkapel van Monteleone

Ik bezoek de kerk, de Santa Stefano, die vroeger de burchtkapel was. Dat is nog te zien: een laag gewelfd plafond. Het bijzondere aan deze kerk is dat hij bestaat uit twee beuken die afgesloten worden met twee gescheiden apsissen.

Dus eigenlijk twee kerken. Het linker gedeelte is het oudste gedeelte. Het rechter gedeelte is er in de tijd van Karel V bij gebouwd. Een vreemde kerk maar hij heeft wel heel veel sfeer.

Monteleone Rocca Doria

Dan rijd ik weer de haarspelden door naar beneden toe en ga vervolgens langs een groot meer en kom even later aan bij de Necropoli di Puttu Codinu. Hier zijn in de rotsen 9 grafkamers te vinden uit de oertijd. Iedere grafkamer bestaat uit een voorhal, een hoofdvertrek en nevenvertrekken. Veel meer weet ik er niet van want de site is gesloten ondanks het feit dat er geschreven staat dat hij open moet zijn. Dan maar een andere ‘legale’ weg zoeken. Over de muur en het hek klimmen gaat niet want aan de binnenkant is een hele rij doornigs planten aangebracht. Uiteindelijk vind ik een hek dat ik open kan maken maar dat leidt helaas niet tot het hoofdterrein.

Ik wil niet verder rijden en besluit om op deze mooie plek te overnachten. Morgenvroeg zou de site om 8.30 uur open gaan. Ik heb er geen vertrouwen in maar het is het proberen waard. Ik ga verder wat koken en me voorbereiden op de 250e keer slapen in de camper.

Delen met je netwerk?
(Visited 116 times, 1 visits today)